zondag 20 februari 2011

Een opmerkelijke huwelijksakte te Geertruidenberg





Op 7 november 1855 vond te Geertruidenberg een opmerkelijk huwelijk plaats: een huwelijk tussen een vondeling en een kind van een ongehuwde moeder. Het zullen je voorouders maar zijn! Het onderzoek naar verdere voorouders wordt dan wel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. De bruidegom is Johannes Herman Bosch, ingeschreven als vondeling te Amsterdam 19 september 1818. De bruid is Maria de Wit, geboren Geertruidenberg 10 oktober 1824, dochter van Adriana Catharina de Wit. Hoe de bruidegom aan zijn voornamen en achternaam is gekomen, vermeldt de historie niet: Bij de huwelijksbijlagen bevindt zich slechts een uittreksel uit het geboorteregister van Amsterdam, waaruit blijkt dat hij aldaar als vondeling is ingeschreven op 19 september 1818. Over eventueel nageslacht van dit echtpaar is weinig bekend. Er wordt op 17 augustus 1856 te Geertruidenberg een zoon Johannes Herman Antonie Bosch geboren, die op 5 maart 1858 te Breda overlijdt.

In Amsterdam schijnt het overigens minstens éénmaal te zijn voorgekomen, dat twee vondelingen met elkaar trouwden, als we de website http://www.genlias.nl/ mogen geloven.

Op 26 oktober 1881 trouwden aldaar: Johannes Frederikus Kink, 40 jaar en Aartje Kroese, 37 jaar, volgens de huwelijksakte beiden van onbekende ouders. Zij overleggen evenwel hun geboorteakten. De achternaam van de bruidegom is mogelijk Vink, want Aartje Kroese, trouwde te Amsterdam op 20 april 1893, oud 49 jaar, als weduwe van Johannes Frederikus Vink met Jozeph Jan Hamerling. Over eventueel nageslacht uit beide huwelijken is mij niets bekend.

3 opmerkingen:

Anoniem zei

Kan de kwaliteit van de scan wat verbeterd worden? Dan is de akte mogelijk (beter) te lezen.

John zei

Vondelingen in Amsterdam werden over het algemeen naar het Aalmoezeniersweeshuis gebracht. Daar werden ze ingeschreven in het "Ingenomen kinderenboek". Soms kwam het voor dat de moeder een briefje aan de kleding speldde, waaropo stond hoe het kind genoemd moest worden. Was dat niet het geval, dan gaven de regenten het kind een naam. De kinderen uit dit weeshuis werden N-H gedoopt in de Nieuwe Zijdskapel aan het Rokin. Daarna werden de kinderen meest van tijd uitbesteed bij een "min" (een vrouw die voor de verzorging van het kind zorgdroeg en daarvoor betaald kreeg). Na verloop van een paar jaar kwam het voor het volgen van onderwijs weer in het weeshuis wonen en werd ingeschreven in het "Kinderhuisboek". Vanaf 13 jaar werd het ingeschreven in het "Groothuisboek" en woonde er met leeftijdgenootjes. Vanaf ca. 16 jaar werden kinderen in het land uitbesteed bij boeren om er mee te werken.
Het archief van het Aalmoezeniersweeshuis is zeer omvangrijk, maar ook zeer goed raadpleegbaar.

Theo van Herwijnen zei

De akte is beter te lezen door hem te vergroten door op de linkermuisknop te klikken.