Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label museum. Alle posts tonen

woensdag 13 juli 2011

Brabantse sporen in een Weens museum

Iedereen die stamboomonderzoek doet kent het gevoel van sensatie als er een tastbaar spoor van een voorvader gevonden wordt.
Soms is het de vernoeming in een akte of een handtekening op een document.
Het is wat zeldzamer als het een voorwerp is. Het wordt helemaal speciaal als het een voorwerp is in een internationale museumcollectie.

In de Hofburg in Wenen bevindt zich de Hofjagd und Rüstkammer. Een museum voor wapens en strijduitrusting van de 11e tot de 19e eeuw.
Tussen al dit historische wapengekletter bevindt zich een rapier. Het is een bijzonder mooi gedecoreerd zwaardje met veel vakmanschap gemaakt van ijzer en gedamsceerd met goud en zilver. Maar wat dit rapier heel bijzonder maakt is dat de maker afkomstig is uit onze omgeving en sporen nagelaten heeft in verschillende archieven uit ons werkgebied.

Al jaren doet Dhr. Van Erve onderzoek naar de genealogie van de familie Van Nerven/ Van Erve. Een familie die zijn wortels heeft in de omgeving van Tilburg. Van een aantal takken zijn boekwerkjes verschenen die ook in onze bibliotheek te raadplegen zijn. Tot deze familie behoort de maker van dit rapier. Op de rug van het ricasso van het zwaardje staat de inscriptie
DAMIANVS . DE . NERVE . ME . FECIT
Damianus De Nerve heeft mij gemaakt

*Damiaen wordt omstreeks 1525 geboren in Goirle als zoon van de chirugijn mr. Gherit Cornelis van Nerven. Damiaens broers Wouter, Cornelis en Robbrecht waren chirurgijns te Poppel, Hilvarenbeek en Goirle. Het kan in dit milieu geweest zijn dat Damiaen het messenmaken geleerd heeft. Iedere chirurgijn werd verondersteld zijn eigen gereedschapjes te kunnen smeden die om redenen van hygiëne werden verzilverd.Damiaen van Nerven vestigde zich in 1554 of 1555 te Hilvarenbeek, toen hij trouwde met jonkvrouw Maria van Huijckesloot uit Hilvarenbeek. Zij was de weduwe van Jan Schilders, die de schout was van Hilvarenbeek. die op de omwaterde huizing de Clossenborch woonde. Om de oorlog te ontvluchten (tevergeefs trouwens) vestigde hij zich in 1579 te Breda in de Katerstraet. Na 1587 woonde hij te Tilburg, waar hij in 1603 of 1604 overleed.
*Bron: "Hilvarenbeek onder de hertog en onder de generaliteit"

Bij een bezoek aan Wenen in het afgelopen voorjaar ben ik, op aanraden van Dhr. Van Erve, naar het rapier op zoek gegaan in de immense collectie van het museum,
nieuwsgierig als ik was naar dit museumstuk met een Brabants verhaal. Zoals de foto’s getuigen was het de zoektocht waard.

Ik ben nieuwsgierig geworden of er nog meer museumstukken zijn over de grens die ook een Midden-Brabants tintje hebben.

dinsdag 14 april 2009

vooruit maar: authenticiteit



Mijn witte donderdagavond bracht ik met een 30tal mensen door in de Brabantse Erfgoedarena. Het auditorium van het Audax Textielmuseum Tilburg bood genoeg ruimte voor een flink robbertje bekvechten. De (Brabantse) opkomst was helaas magertjes, veel mensen uit Amsterdam (ja: zo moeten we de volgende keer toch weer naar A!) en echt vechten was er niet bij. De inzichten waren niet echt nieuw, al werden de standpunten soms redelijk prikkelend verwoord. Een museum zonder voorwerpen (het nieuw te bouwen Nationaal Historisch Museum -in een gebouw: dat dan weer wel! Is Anno niet goed genoeg?) brengt je natuurlijk al gauw bij de vraag hoe authentiek je (als museum, archief) moet zijn, wat authenticiteit überhaupt is en of die objecten nu weg mogen. En de historische sensatie die kwam ook weer om de hoek kijken. De avond inspireerde mij in ieder geval wel tot het leggen van allerlei verbindingen, het maken van gedachtenkronkels en -bruggetjes en het stellen van vragen waarop ik nog lang geen antwoorden heb.


Belangrijke vraag: IS het belang, de essentie van het/een object (in een museum, laten we geschreven, getekend en ander procesgebonden materiaal voor het gemak ook even objecten noemen) de authenticiteit? Ja, soms wel, soms niet, hè. Het ligt er maar net aan wat je er mee wil, wie de authenticiteit waarneemt. Natuurlijk geeft zintuiglijk contact een heel directe band met het object: als je ervoor open staat en in de museumwereld toch vooral als je goede ogen hebt. Het gebruik van multimedia hebben daar nog het aspect van horen aan toegevoegd. Dat is het dan wel, want VOELEN, RUIKEN, PROEVEN!! dat ligt allemaal toch wel moeilijker niet uit onwil, maar ook omdat de vluchtigheid van deze zintuigen moeilijk in authentieke 'bronnen'te vangen zijn. De context kan daarbij een rol spelen: Peter Sigmond gaf het voorbeeld van een ijselsteentje dat hem op de noordpool deed beseffen dat het echt de Hollanders waren geweest die hier waren, hetzelfde steentje in een museum bracht dat gevoel niet teweeg. Je eigen context is natuurlijk ook nog van belang: de geur van looierijen is voor de meeste mensen een haast ondraaglijke stank, bij mij brengt het direct (want geur is krachtig!) alle goede herinneringen aan mijn jeugd naar boven: mijn vader was looier en het was 'zijn' geur.
Soms brengt een replica je dichter bij 'kennis'. Tijdens de DEN dagen in december heb ik gefascineerd gespeeld met de hologrammen van potjes en pannetjes (oneerbiedig) van het Gouds museum (?) waardoor je de 'onaanraakbare' museale objecten van binnen en van buiten, van voor naar achter kon bekijken. Ook de prachtige supergefotografeerde schilderijen in het Prado (en straks 'onze' charters...) maken de originelen bijna overbodig..... En toch: als ik een schilderij wil BELEVEN dan wil ik er met mijn neus bovenopstaan, de kleuren zien, de verf met mijn ogen aftasten, het formaat op me in laten werken. Ja en dan raak ik hevig gefrustreerd als dat prachtige werk in het depot ligt opgeslagen en ik er niet bij mag, moet wachten tot een conservator zo lief is het op te laten hangen.
(wordt vervolgd, denk ik)