woensdag 9 juli 2014

Verbouwing: medewerkers, vrijwilligers en toiletten


Vorige week, op 30 juni 2014, zijn we begonnen met de verbouwing. Wat is er in een week tijd veel werk verzet! Stichting Mooi Zo Goed Zo had veel van het overbodige interieur opgehaald, maar er bleef nog wat over. Daarvoor is Kringloopbedrijf La Poubelle ingeschakeld. Zij nemen graag goederen die geschikt zijn voor hergebruik over van particulieren en organisaties. Deze krijgen een plek in hun winkel en vinden zo hun weg naar een tweede huis. Regionaal Archief Tilburg steunt dit initiatief en doet hier dan ook graag aan mee. Op 4 juli stond La Poubelle aan de deur en onder tropische temperaturen werd alles meegenomen wat hergebruikt kon worden.

De verbouwing gaat in drie fases, zodanig dat alle medewerkers gewoon aan het werk kunnen blijven. Hierdoor kan de dienstverlening nog enigszins doorgaan, maar alleen voor gemeenten en mensen die dringend een bouwtekening nodig hebben. Voor alle andere bezoekers en vrijwilligers is dat onmogelijk omdat we gewoon de ruimte niet hebben. Veel van onze vrijwilligers (71 in totaal) zijn zó gemotiveerd dat ze absoluut door willen werken! Daarom werken tientallen vrijwilligers twee dagen in de week in de bibliotheek van onze collega’s van het TextielMuseum, die daar alle medewerking aan gaven. Daarvoor onze hartelijke dank!

In totaal zijn tijdens de verbouwing nog 21 medewerkers werkzaam in het pand van de Kazernehof. Ze zijn verdeeld over slechts vijf kamers en dat vraagt natuurlijk veel aanpassingsvermogen en begrip van het personeel. Vooral als er nog eens tientallen bouwvakkers werken, die boren, spijkeren, frezen, opbouwen en afbreken. Voor degenen die wel eens een verbouwing hebben meegemaakt weten dat er dan ook muziek is, afkomstig uit echte bouwradio’s. Zo ook hier, waardoor alle medewerkers de hele dag kunnen ‘genieten’ van de muziek. Het geluid dendert zo de kamers binnen, maar gelukkig zitten de kamerdeuren er nog in!

Wat is er al gebeurd? In de Studiezaal is inmiddels een wand gezet en zijn de balie en het tapijt eruit gesloopt. Op sommige plekken zat het tapijt zo vast dat dit alleen met veel water losgeweekt kon worden. Dus de brandslang erop, waardoor het een natte boel werd. Gelukkig konden we dit zelf doen en hoefde de Brandweer deze keer niet te komen….
Vervolgens is in het oude magazijn een wand geplaatst, waarmee de nieuwe garderoberuimte in de maak is. Tegelijkertijd zijn er ook zeven kantoorruimten onder handen genomen. De stukken plafond en tapijt vlogen daar om je oren. Door een stofgordijn in de gang hadden de medewerkers van het archief er geen last van. Na het opruimen konden de schilders hun gang gaan en inmiddels zijn al vijf ruimten voorzien van een nieuwe verflaag. Maar dat is nog niet alles, want ook aan de toiletten voor medewerkers is een begin gemaakt en zijn nu voorzien van nieuwe tegels. Er is dus al veel werk verricht.

Over toiletten gesproken. De huidige medewerkers maken nu gebruik van de toiletten van de bezoekers, maar daar is ook al aardig wat gesloopt. Als eerste werd de verlichting weggehaald in het deel waar je je handen kunt wassen. Toch even zoeken zonder licht! In de kleine kamertjes zelf bleef de verlichting hangen, maar ligt wel het complete plafond eruit. Dat betekent dat je nu tegen enkele oorspronkelijke balken uit 1841 aankijkt, de tijd waarin dit gebouw werd gerealiseerd. Hoe zou Koning Willem II, die dit gebouw voor zijn troepen liet bouwen, het gevonden hebben dat er na ruim 170 jaar naar zijn balken gekeken wordt, terwijl wij onze behoeften doen?
Overigens is er wel een overeenkomst. Toen stonden er namelijk Koninklijke paarden naar de balken te kijken en nu doen de besten paarden van onze eigen ‘stal’ dat. Zie het als het beleven van een historische sensatie, maar dan anders! Wat kan een verbouwing toch unieke dingen opleveren.

Wil je de vorderingen van de verbouwing bijhouden, volg ons dan op Twitter, Instagram of Facebook. Daar plaatsen we regelmatig een update met foto’s.

maandag 7 juli 2014

Merovingische grafvelden en nederzettingen rond Tilburg

Merovingische beugelfibula met
vogelkoppen
Van 2 tot 5 juli werd er in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (RMO) het tweede –internationale- Dorestadcongres gehouden, The early-medieval Netherlands in an international framework. Het congres werd georganiseerd naar aanleiding van de tentoonstelling Gouden Middeleeuwen, ook te zien in het RMO, over de Nederlanden gedurende de Merovingische tijd. Uit deze periode (400-700 nChr.) zijn vrijwel geen geschreven bronnen beschikbaar. Voor informatie zijn wetenschappers afhankelijk van archeologische opgravingen. De opzet van het congres met veel korte presentatie gaf ruimte om verschillende invalshoeken te benaderen.

Voor een verbreding van kennis is het goed om bij aanverwante disciplines – zoals archeologie- te kijken en contacten te leggen. Ook archeologie houdt zich bezig met digitale duurzaamheid en de ontwikkeling van een e-depot, net als het archiefwezen. In het kader van het faciliteren en bevorderen van cultuurhistorisch onderzoek is het interessant om niet alleen geschiedenisstudenten aan te trekken, maar ook studenten uit andere disciplines. Archiefonderzoek hoeft namelijk niet alleen maar historisch te zijn, maar kan zich bewegen op een kruispunt van verschillende disciplines.

Het congres gaf een ander beeld van de periode die gewoonlijk wordt aangeduid als de ‘donkere middeleeuwen’, een tijd waarin de Romeinse beschaving helemaal verdwenen zou zijn en de bevolking onderdompelde in een periode van onwetendheid, armoede en onkunde. Het tegendeel was waar: juist de Merovingische periode was een tijd van bloei, rust en welvaart. Mensen waren gezonder en leefden langer dan in de periode daarvoor en daarna. Men was in staat om operaties uit te voeren en over grote afstanden zijn dezelfde soort kostbaarheden gevonden (munten, fibulae, kralen, juwelen, glas etc.) wat wijst op een bloeiende handel tussen verschillende gebieden. De inwerkingtreding van het Verdrag van Malta heeft een schat aan nieuwe informatie opgeleverd.

Detail kaart Merovingisch Nederland. (Annemarieke
Willemsen, 'Gouden middeleeuwen' p. 198)
In Brabant - ook in de omgeving van Tilburg- zijn Merovingische grafvelden en nederzettingen geweest: in Berkel-Enschot, Gilze, Goirle, Alphen-Kerkakkers en Alphen-Molenbaan. Dat levert een interessant en aanvullend beeld op van onze regionale geschiedenis.

Op de tentoonstelling is ook de in Oegstgeest gevonden Merovingenschaal te bewonderen.

donderdag 3 juli 2014

We zijn begonnen met de verbouwing!!!


Na maanden van voorbereiding zijn we deze week van start gegaan met de intense verbouwing van Regionaal Archief Tilburg. Hierdoor zijn we sinds 23 juni al gesloten voor bezoekers en vrijwilligers wat tot 9 september zal duren. Het markante rijksmonument uit 1841 blijft aan de buitenkant intact, maar de binnenkant wordt volledig gemoderniseerd, natuurlijk met inachtneming van de monumentale status.


Oorspronkelijk gebouwd als paardenstallen van Koning Willem II werd het U-vormige pand aan de
Kazernehof later in de 19e eeuw in gebruik genomen door wollenstoffenfabriek BeKa tot 1967. In de jaren '80 werd het gebouw vervolgens verbouwd om het geschikt te maken als archief. In 1988 was de verbouwing gered en nam de archiefdienst haar intrek. Sindsdien is de binnenkant en het daarbij behorende interieur vrijwel niet gewijzigd. Al tijden waren er plannen om dit aan te passen aan de huidige wensen. Na ruim 25 jaar is het dan zover.

Omdat het interieur aangepast gaat worden, wordt bijna alles in het gebouw vervangen. Dit betekent dat veel spullen niet meer nodig zijn. Maar vernietigen is voor Regionaal Archief Tilburg een woord dat niet in onze woordenlijst staat, dus geven we het interieur dat niet terugkomt na de verbouwing gratis weg aan organisaties die het goed kunnen gebruiken.

De stichting Mooi Zo Goed Zo is de organisatie die dat allemaal heeft begeleidt. Mooi Zo Goed Zo heeft als doel om Tilburg leefbaarder te maken door wensen te realiseren die goed zijn voor de stad. Vrijwilligers steken de handen uit de mouwen en bedrijven, fondsen en organisaties helpen mee met materialen, deskundigheid en geld om die wens daadwerkelijk mogelijk te maken.
Regionaal Archief Tilburg heeft heel veel materiaal beschikbaar gesteld aan maar liefst 15 instellingen (!), waarbij Mooi Zo Goed Zo de verdeling op een uitstekende wijze heeft gecoördineerd. Dat gebeurde afgelopen vrijdag, 27 juni 2014, waarbij de instellingen hun bestelde materialen kwamen ophalen. De dankbaarheid die wij vervolgens terugkregen van al die instellingen is met geen pen te beschrijven. Daarom is dit zeker voor herhaling vatbaar. Hierbij wil ik dan ook de coördinator van de stichting Mooi Zo Goed Annemiek Hamers hartelijk danken.

Doordat hierdoor alle ruimten nu leeg zijn, is op maandag 30 juni meteen begonnen met het slopen van tussenwanden, plafonds, vloerbedekking etc. Ook de omgeving van de Kazernehof weet nu dat de verbouwing een feit is, want deze werd op 1 juli ingeluid met een bezoek van de brandweer. Met loeiende sirenes kwamen ze het terrein oprijden omdat het brandalarm was afgegaan. Inderdaad, niet als gevolg van een echte brand, maar vanwege verbouwingswerkzaamheden.
Kortom, we zijn begonnen!!


Wil je de vorderingen van de verbouwing bijhouden, volg ons dan op Twitter, Instagram of Facebook. Daar plaatsen we regelmatig een update met foto’s.


woensdag 2 juli 2014

Gert-Jan de Graaf treedt aan als hoofd Regionaal Archief Tilburg


Regionaal Archief Tilburg verwelkomt op 1 september 2014 een nieuw hoofd. Gert-Jan de Graaf neemt vanaf die datum de leiding van dit moderne archief op zich. De Graaf komt daarmee de organisatie van de Stichting Mommerskwartier versterken. In deze stichting werken TextielMuseum, Stadsmuseum Tilburg en Regionaal Archief Tilburg nauw samen.

Gert-Jan de Graaf heeft als uitdagende taak om het archief voort te stuwen in de ontwikkelingen van (digitale) dienstverlening, e-depot en beheer van de collectie. De Graaf is van huis uit historicus en jurist en heeft een warme belangstelling voor geschiedenis in al zijn facetten. Hij kan voortborduren op een ruime ervaring als manager van non-profit organisaties en is bij uitstek deskundig op het gebied van informatievoorziening. Op dit vakgebied geniet hij onder meer bekendheid als hoofdredacteur van het vakblad Overheiddocumentatie (Od). Hij was directeur van een adviesbureau en werkte als interim-manager, projectleider, consultant, docent en coach. Hij is gewend te acteren in politieke organisaties en kijkt uit naar de kennismaking met bestuurders en medewerkers uit het werkgebied van het archief.

De Graaf wil vanuit zijn vakgebied bijdragen aan excellente dienstverlening, kwaliteitsverbetering en transparantie van de overheid, onder meer door uitbreiding van het gebruik van de nieuwste technologieën. Een speerpunt van heel andere aard is dat hij de medewerkers wil stimuleren in het ontplooien van hun talenten.
De start van zijn baan bij het archief valt vrijwel geheel samen met de heropening van het gebouw aan de Kazernehof. Het interieur van het archief wordt in de zomermaanden grondig aangepakt. De Graaf start dan ook in een gebouw met een eigentijdse look, passend bij de werkwijze en uitstraling van het archief.

De foto is van Ingeborg Biemans.

Even voorstellen: Stef Uijens.

Deze zomer gaat Stef Uijens, student boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, bij Regionaal Archief Tilburg onderzoek doen naar het cartularium van de tafel van de Heilige Geest te Oisterwijk. Regionaal Archief Tilburg gaat de komende jaren actief op zoek naar masterstudenten en promovendi die wetenschappelijk onderzoek gaan doen in onze collectie. Stef, ook vrijwilliger bij de Charterbank, bijt het spits af.

“Mijn naam is Stef Uijens, 27 jaar. Ik ben geboren en getogen en Goirle maar woon nu, na eerst vier jaar in Utrecht gewoond te hebben, alweer vier jaar in Amsterdam. Momenteel volg ik twee masters: middeleeuwse geschiedenis en boekwetenschap en handschriftenkunde. Hiervan hoef ik enkel nog de scripties te schrijven. Na de zomer verwacht ik af te kunnen studeren. In de bachelor fase van mijn studie ontdekte ik dat ik het enorm leuk vind om bezig te zijn met originele documenten; om hieruit gegevens te halen die de basis vormen voor historisch onderzoek. Voor mijn bachelor scriptie ben ik ook al enkele malen naar Regionaal Archief Tilburg geweest. Omdat ik beter wilde worden in het lezen en transcriberen van oude teksten heb ik mij vervolgens als vrijwilliger aangemeld bij de Charterbank.

Toen ik een onderwerp zocht voor mijn eindscriptie van de master boekwetenschap en handschriftenkunde leek het mij dan ook interessant deze te schrijven op basis van een archiefstuk dat in het depot van Regionaal Archief Tilburg ligt. Uiteindelijk viel mijn keuze op het cartularium van de Tafel van de Heilige Geest te Oisterwijk . Dit cartularium ga ik voor mijn scriptie boek historisch onderzoeken. Boekwetenschap houdt zich bezig met het boek als fysiek object. Uit een boek valt enorm veel informatie te halen. Het is aan mij om die informatie eruit te halen. Het cartularium is bij uitstek geschikt hiervoor. Het is niet gerestaureerd en nog in originele staat. Met mijn scriptie wil ik onderzoeken waarom het cartularium eruit ziet zoals het dat doet. Welke keuzes zijn er gemaakt door de makers van het boek? .

Om deze vraag te kunnen beantwoorden ga ik eerst een uitgebreide beschrijving van het cartularium maken waarin ik alle aspecten analyseer. Je moet hierbij bijvoorbeeld denken aan een handenonderzoek, waarin ik wil achterhalen door hoeveel mensen het cartularium is geschreven. Een ander voorbeeld is papieronderzoek. Het cartularium is voor een deel op papier geschreven (wat onmiddellijk de vraag oproept: waarom?). Dit papier heeft een watermerk en moet dus te dateren en lokaliseren zijn. Ik richt me in het onderzoek ook op de functie die het cartularium gehad heeft, zoals de relatie tussen de inhoud van het cartularium en de vorm. Het cartularium is voor mij bij uitstek een case study waarin ik de in het afgelopen jaar geleerde technieken en methoden toe kan passen”.

Gezamenlijke chatavonden zijn succesvol!



In mei vertelden we al over de gezamenlijke chatavonden met het BHIC. Medewerkers van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) en Regionaal Archief Tilburg beantwoorden vragen in de avonduren, na sluitingstijd van het archief. De archiefonderzoeker stelt via een chatvenster op de website van een specifiek archief zijn of haar vragen en krijgt meteen antwoord. BHIC en Regionaal Archief Tilburg hebben hiervoor de handen ineen geslagen. Via de chat kunnen vragen uit beide werkgebieden gesteld worden op één punt. Dit is uniek  in Nederland.

De afgelopen maanden werd er nog 'dubbel' gechat: iedere chatavond was er zowel iemand van het BHIC als van het archief in Tilburg tijdens de chat aanwezig. Zo kon van elkaar geleerd worden en kon uitgebreid kennis gemaakt worden met elkaars websites en zoekmogelijkheden. Vanaf deze week (1 juli) is de dubbele bezetting afgelopen en verzorgen de chatters van de beide archieven  de chaturen in hun eentje. We wensen ze veel succes! Maar dat komt helemaal goed na de succesvolle afgelopen maanden.

Het is best een spannende tijd voor beide archieven: BHIC lanceerde onlangs een nieuwe website en Regionaal Archief Tilburg heeft voor 10 weken de deuren gesloten vanwege een verbouwing. Bezoekers kunnen er dus niet op bezoek voor eigen onderzoek, reden om meer vragen via de chat te stellen.


De chaturen zijn: maandag tot en met vrijdag van 19.00 tot 22.00 uur. Via www.bhic.nl en www.regionaalarchieftilburg.nl is het chatvenster te gebruiken.

dinsdag 1 juli 2014

Tilburgse straatnamen in de Tweede Wereldoorlog

Bij het opruimen van een kast kwam een gestencild boekje tevoorschijn met daarin 25 handgetekende plattegrondjes van Tilburgse stadwijken. Het boekje te dateren op 1942/1943. Door wie het is uitgegeven wordt niet vermeld. In eerste instantie denk je aan de Luchtbeschermingsdienst, maar die organisatie kende wel wijk– en blokhoofden, en geen buurtschapshoofden waarvan in het boekje sprake is.


Buurtschapshoofden werkten voor de op nationaalsocialistische leest geschoeide Nederlandsche Volksdienst (NVD). Dit was een organisatie die in 1941 door de Duitsers was opgericht met als doel de talrijke organisaties in Nederland op sociaal-maatschappelijk terrein, zoals de kruisverenigingen, te vervangen. De NVD was nauw gelieerd aan de Stichting Winterhulp Nederland en zou hulp gaan bieden aan personen die volgens de rassenleer ‘waardevol’ waren. Invaliden, krankzinnigen en bejaarden behoorden daar vanzelfsprekend niet bij; zieken wel, mits zij ‘Ariër’ waren. De opzet van de Duitsers om via de NVD en de Winterhulp greep te krijgen op het sociaal-maatschappelijk werk in Nederland werd echter een mislukking.

Het bijzondere aan het hier genoemde boekje is dat er op de plattegrondjes straten staan waarvan de naam op last van de Duitsers gewijzigd was. Op 3 januari 1942 kwam er namelijk een bevel van het Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz voor het veranderen van bepaalde namen. Straten, pleinen, parken, waterwegen, scholen, ziekenhuizen, etc. die vernoemd waren naar levende leden van het Koninklijk Huis moesten vervangen worden door ‘neutraal’ klinkende namen. Het boekje is waarschijnlijk het enige bestaande document waarop deze in Tilburg gewijzigde straatnamen zijn aangegeven.

In Tilburg ging het om vier straatnamen: Wilhelminapark (werd Noorderpark), Prinses Julianastraat (werd Badhuisstraat; is nu een deel van de Heuvelring), Julianapark (werd Goirkepark) en Beatrixhof. Laatstgenoemde straat kreeg aanvankelijk de naam Stevenzandshof, maar kort daarna werd de straat – op verzoek van de bewoners –toegevoegd aan de Van de Coulsterstraat. Het Beatrixhof was overigens niet vernoemd naar prinses Beatrix, maar naar de in Tilburg geboren Beatrix Back van Broekhoven (overl. 1532) die getrouwd was met jonkheer Gerbrand van Coulster.

De verordening van de Duitsers leidde ook tot verwijdering van de naam ‘Wilhelmina’ op de gevel van de openbare lagere school aan de Molenstraat. Alleen het woord ‘school’ bleef staan. Verder moest het gietijzeren hek om de Wilhelminaboom in het Wilhelminapark verdwijnen omdat zich in dat hek een medaillon van koningin Wilhelmina bevond.

Tot slot kreeg ook het Wilhelminakanaal een andere naam: ‘Kanaal van de Donge tot de Zuid-Willemsvaart’.
Na de bevrijding van Tilburg (27 oktober 1944) zijn de oorspronkelijke namen weer hersteld.

In diverse steden (o.a. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Nijmegen) kregen ook straten die genoemd waren naar personen van joodse afkomst in de jaren 1942/43 een gewijzigde naam. In Tilburg gebeurde dat niet; daar behielden de Da Costastraat en de Jozef Israëlsstraat hun naam. Het is nog steeds niet bekend op grond van welke verordening de namen van naar Joden genoemde straten gewijzigd zijn. Wellicht bestond die verordening helemaal niet, en handelden sommige burgemeesters op eigen houtje. De Jong rept er in elk geval met geen woord over.


Tekst: Rob van Putten

Gebruikte literatuur:
· Regionaal Archief Tilburg. Archief 484. Inventaris van het archief van het gemeentebestuur van Tilburg, 1938-1985. Inv. nr. 3136.
· Dr. L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945.